Een verzekering is een ruil: je betaalt zeker een klein bedrag om onzeker een groot bedrag te vermijden. Die ruil is gunstig als je het grote bedrag niet kunt dragen. Kun je dat wel, en is de kans op dat bedrag klein, dan betaal je vooral voor gemoedsrust, en dat is een persoonlijke keuze en geen financiële.
De rekensom
Een uitgebreide dekking kost al gauw dertig tot vijftig euro per maand. Over tien jaar is dat ruwweg vierduizend tot zesduizend euro, en dan is er nog eigen risico. Zet datzelfde bedrag maandelijks op een aparte rekening en je hebt na drie jaar een buffer waarmee je de meeste ingrepen zelf betaalt, met als verschil dat het geld van jou blijft als er niets gebeurt.
Waar je op let als je dit doet
- Zet het echt apart, op een rekening die je niet dagelijks ziet, en begin op de dag dat de hond in huis komt.
- Vul aan na een uitgave. Een buffer die je één keer leeghaalt en niet bijvult, is geen buffer meer.
- Weet je grens. Bedenk nu, in alle rust, welk bedrag je bereid bent te betalen. Dat besluit wil je niet aan de balie nemen.
Twee gevallen waarin dit alsnog misgaat
Het eerste is de jonge hond met een erfelijke aandoening die zich pas op zijn tweede laat zien. Dan sta je aan het begin van een reeks rekeningen en heeft je buffer nog nauwelijks tijd gehad. Het tweede is verzekeren na de eerste klacht: dat wat er dan al is, is uitgesloten, dus je kunt niet alsnog instappen voor precies het probleem dat je hebt.
Wie dat risico niet wil, sluit een basisdekking af voor alleen operaties en ongevallen en betaalt de rest uit eigen zak. Dat is de tussenweg, en voor veel mensen de verstandigste.