Twee zakken naast elkaar in het schap zijn bijna niet te vergelijken: de een noemt percentages vers vlees, de ander gedroogd eiwit, en allebei zeggen ze "premium". Toch staat op elke zak dezelfde verplichte informatie. Als je weet waar je kijkt, is het in vijf minuten te doen.
De vier blokken die er altijd op staan
- Samenstelling (de ingrediëntenlijst), op volgorde van gewicht.
- Analytische bestanddelen: ruw eiwit, ruw vet, ruwe as, ruwe celstof en soms vocht.
- Toevoegingen: vitamines, sporenelementen, soms conserveermiddelen.
- De aanduiding compleet of aanvullend, plus de doelgroep en het voedingsadvies.
De ingrediëntenlijst: let op het moment van wegen
Ingrediënten staan op volgorde van gewicht vóór bereiding. "Vers vlees 40%" klinkt daardoor indrukwekkender dan het is: vers vlees bestaat voor ongeveer zeventig procent uit water, dus na het drogen blijft er van die veertig procent nog zo'n twaalf over. Staat er "gedroogd kippeneiwit 25%", dan is dat na bereiding gewogen en dus in werkelijkheid meer vlees. Vergelijk daarom nooit een vers gewicht met een gedroogd gewicht.
Let ook op opgesplitste ingrediënten. Staan er los "rijst", "rijstmeel" en "rijstzemelen" onder elkaar, dan zakt elk afzonderlijk in de lijst terwijl het totaal bovenaan zou staan.
En kijk of de eiwitbron een naam heeft. "Kip (28%)" is controleerbaar; "vlees en dierlijke bijproducten" mag per batch variëren. Voor een gezonde hond is dat geen probleem, maar bij een hond met klachten kun je dan nooit aanwijzen wat hij niet verdraagt.
Analytische bestanddelen: nuttig, maar beperkt
Ruw eiwit zegt hoeveel eiwit erin zit, niet hoe goed je hond het opneemt: eiwit uit veren telt op papier net zo hard mee als eiwit uit spiervlees. Een hoog percentage is dus geen kwaliteitsgarantie. De praktische maat voor verteerbaarheid is hoeveel je hond moet eten voor hetzelfde resultaat, en hoe zijn ontlasting eruitziet.
Ruwe as klinkt onsmakelijk maar is gewoon het mineralengehalte: calcium, fosfor, zink. Rond de zes tot acht procent is normaal, en een hoog gehalte is bij een botrijk voer logisch, niet verdacht. Ruwe celstof is het vezelgehalte: rond de twee tot vier procent bij een normaal voer, hoger bij afslankvoer.
Het getal dat écht vergelijkt: kilocalorieën per 100 gram
Dit is het belangrijkste cijfer op de zak en tegelijk het slechtst zichtbare; soms staat het alleen in de kleine lettertjes of op de website. Zonder dat getal kun je twee voeders niet vergelijken, want alle percentages zijn relatief aan de energiedichtheid.
Met dat getal kun je twee dingen: de dagportie uitrekenen (zie hoeveel voer per dag) en de prijs per dag bepalen. Deel de zakprijs door het aantal dagen dat de zak meegaat bij die portie. Een zak van veertig euro met 400 kcal per 100 gram is vaak goedkoper per dag dan een zak van vijfentwintig met 320 kcal.
Compleet of aanvullend
Alleen een compleet voer (alleenvoeder) dekt alle behoeften; aanvullend voer is bedoeld naast iets anders. In Europa stelt de FEDIAF die normen op. Dit is het enige punt op het etiket waar geen interpretatie bij hoort: geef je uitsluitend dit voer, dan moet er "compleet" staan.
Woorden zonder betekenis
"Premium", "super premium", "holistic" en "natuurlijk" zijn niet beschermd; iedereen mag ze gebruiken. "Graanvrij" is een eigenschap, geen keurmerk, en zegt niets over de kwaliteit of het koolhydraatgehalte, zoals we uitleggen bij graanvrij hondenvoer. Ook een foto van een stuk rauwe biefstuk op de voorkant is geen informatie.
Twee zakken vergelijken in vijf stappen
- Staat er "compleet" op, en klopt de doelgroep (levensfase, formaat)?
- Heeft de eerste eiwitbron een naam, en is die vers of gedroogd gewogen?
- Hoeveel kilocalorieën per 100 gram?
- Wat kost het per dag bij de portie die jouw hond nodig heeft?
- Zit er iets in wat jouw hond niet verdraagt?
Wat je hierna nog overhoudt, is smaak en verdraagzaamheid, en dat weet je pas na drie tot vier weken proberen. Het etiket brengt je tot de shortlist; je hond maakt de keuze.