hondenverzekering

Rasgebonden risico's: waarom niet elke hond dezelfde premie krijgt

Grote rassen, kortsnuitige rassen en kruisingen lopen andere risico's. Wat dat betekent voor je premie, en voor wat er wordt uitgesloten.

Verzekeraars kijken naar ras, en dat is geen vooroordeel maar statistiek. Bepaalde aandoeningen komen bij bepaalde rassen zo veel vaker voor dat ze nauwelijks nog een risico zijn maar bijna een verwachting, en een verzekering is er niet voor wat je verwacht.

Kortsnuitige rassen

Bij de Franse bulldog, de mopshond, de Engelse bulldog en verwante rassen is de schedel zo gefokt dat de zachte delen in de neus- en keelholte niet meegekrompen zijn. Dat geeft ademhalingsproblemen, en de correctieve operatie is een van de meest uitgevoerde ingrepen bij deze rassen. Daar komen vaak huidplooiontstekingen en oogproblemen bij.

Verzekeraars reageren daar op twee manieren op: een opslag op de premie, of een uitsluiting van precies die aandoeningen. Die tweede is de vervelendste, want dan betaal je voor een dekking die het waarschijnlijkste scenario niet dekt. Vraag hier expliciet naar vóór je afsluit.

Grote en zware rassen

Bij grote rassen komen heup- en elleboogdysplasie vaker voor, net als kruisbandletsel en maagtorsie. Dat laatste is bovendien acuut: een maagtorsie is een spoedgeval waarbij je binnen uren op de operatietafel ligt. Dat maakt de basisdekking voor operaties en ongevallen bij een groot ras aantoonbaar zinniger dan bij een kleine hond.

Grotere honden kosten daarnaast in alles meer: medicatie wordt op gewicht gedoseerd, en een narcose bij een hond van veertig kilo is duurder dan bij een hond van zes.

Kleine rassen

Andere risico's, niet minder. Gebitsproblemen komen bij kleine rassen veel vaker voor, simpelweg omdat er evenveel tanden in een kleinere kaak staan. Patellaluxatie, waarbij de knieschijf uit zijn groef schiet, is bij veel kleine rassen bekend. Dat maakt de gebitsmodule bij een kleine hond relevanter dan bij een grote.

En kruisingen?

Kruisingen hebben gemiddeld minder rasgebonden aandoeningen, en verzekeraars rekenen daar ook zo mee. Gemiddeld is wel het sleutelwoord: een kruising van twee rassen met dezelfde aanleg erft die aanleg gewoon. En een kruising van onbekende afkomst is precies dat, onbekend.

Wat je vraagt voordat je tekent

  • Geldt er voor dit ras een opslag, en hoeveel?
  • Zijn er rasgebonden aandoeningen uitgesloten, en welke precies, woordelijk?
  • Worden erfelijke en aangeboren aandoeningen gedekt als ze zich openbaren ná de ingangsdatum? Dit is bij een raszuivere pup de belangrijkste vraag van allemaal.
  • Verandert de dekking als de aandoening in de stamboom van de ouderdieren voorkwam?

De keerzijde: dit hoort ook in je keuze vóór de hond

Als een verzekeraar een ras zo inschat dat hij er een opslag voor rekent, zegt dat ook iets over wat dat ras aan zorg gaat vragen. Sta je nog vóór de keuze van een hond, kijk dan bij welk hondenras bij je past; de kosten over vijftien jaar staan in wat kost een hond per jaar.

Persoonlijk advies

Benieuwd wat dit voor jouw hond betekent?

De test vertaalt dit artikel naar jouw situatie: zes vragen, direct resultaat.

Start de test


Verder lezen

Gerelateerde gidsen