hondenvoer

Beste hondenvoer per ras & formaat (klein, middel, groot)

Niet het ras maar het formaat bepaalt wat je hond nodig heeft: brokgrootte, energiedichtheid en bij grote rassen de snelheid van de groei.

Er staat voer in het schap met een foto van een labrador erop, en voer met een chihuahua. Dat verkoopt goed, maar de zak eronder verschilt zelden. Wat wél verschilt tussen een kleine en een grote hond, is de energie die hij per kilo verbrandt, de grootte van zijn bek en de snelheid waarmee hij groeit. Op die drie dingen kies je.

Kleine rassen tot ongeveer 10 kilo

Kleine honden verbranden per kilo lichaamsgewicht ruwweg twee keer zoveel als grote honden. Een hond van 5 kg heeft daardoor een energiedicht voer nodig: anders moet hij een hoeveelheid eten die niet in zijn maag past. Ze zijn ook gevoeliger voor een lage bloedsuiker, vooral als pup, dus twee tot drie maaltijden per dag werken beter dan één.

De brok moet klein zijn. Een hond die niet kan kauwen, schrokt of laat het staan, en juist bij kleine rassen tikt gebitsproblemen hard aan: tandsteen en tandvleesontsteking komen bij hen veel vaker voor. Een brok die hij écht moet stukbijten helpt daarbij een beetje, poetsen helpt meer.

Let op het gewicht. Bij een hond van 4 kilo is een halve kilo erbij hetzelfde als tien kilo bij een mens. Eén koekje te veel per dag is bij dit formaat geen detail.

Middelgrote rassen, ruwweg 10 tot 25 kilo

Dit is de groep waarvoor de meeste standaardvoeders zijn gemaakt, en daar is niets mis mee. Een compleet adultvoer met een eiwitgehalte rond de twintig tot vijfentwintig procent en een normale energiedichtheid voldoet. Hier bepaalt het activiteitsniveau meer dan het formaat: een border collie die dagelijks werkt en een gecastreerde beagle van hetzelfde gewicht zitten dertig procent uit elkaar in behoefte.

Grote en reuzenrassen vanaf ongeveer 25 kilo

Hier draait alles om gecontroleerde groei. Een pup van een groot ras die te snel groeit, belast gewrichten en skelet op het moment dat die nog zacht zijn; dat is een van de weinige dingen waarvan we zeker weten dat voeding er invloed op heeft. Daarom:

  • Kies puppyvoer dat expliciet voor grote rassen is. Dat is matiger in energie en calcium dan gewoon puppyvoer, precies om die groei af te remmen.
  • Voer niet onbeperkt. Een grote pup die zelf mag bepalen, eet te veel. Weeg de portie.
  • Geef geen calciumsupplement bovenop een compleet voer. Meer calcium maakt het skelet niet sterker; het verstoort juist de opbouw.
  • Houd hem slank tijdens de groei. Ribben voelbaar, taille zichtbaar. Een mollige pup is geen gezonde pup.

De overstap naar adultvoer komt bij grote rassen laat: pas rond achttien tot vierentwintig maanden, tegen tien tot twaalf maanden bij een klein ras. Hoeveel gram dat per dag is, reken je uit met de formule in hoeveel voer een hond per dag nodig heeft.

Nog één ding dat specifiek bij dit formaat hoort: rassen met een diepe borstkas, zoals de deense dog, dobermann, duitse herder en ierse setter, hebben een verhoogde kans op maagtorsie. Verdeel het eten over twee maaltijden, geef geen grote hoeveelheid water ineens bij het eten, en laat hem een uur voor en na de maaltijd rustig aan doen.

Is rasspecifiek voer de moeite waard?

Meestal niet. Een voer "voor de labrador" is een voer voor een groot, aanleggend ras, en dat staat ook op de zak voor grote rassen die de helft kost. Wat er in enkele gevallen wél achter zit, is een brokvorm die is aangepast aan een korte snuit: een mopshond of Franse bulldog pakt een platte, gebogen brok makkelijker dan een ronde. Dat is een praktische winst, geen voedingskundige.

Kies dus op formaat, levensfase, activiteit en gezondheid. Loopt je hond tegen overgewicht aan, dan is veilig laten afvallen een zinvollere volgende stap dan een andere zak met hetzelfde erin.

Persoonlijk advies

Benieuwd wat dit voor jouw hond betekent?

De test vertaalt dit artikel naar jouw situatie: zes vragen, direct resultaat.

Start de test

Veelgestelde vragen

Heeft mijn hond echt rasspecifiek voer nodig?

Zelden. Het formaat, de levensfase, de activiteit en de gezondheid bepalen de keuze; het ras op de verpakking voegt daar weinig aan toe. Bij een korte snuit kan een aangepaste brokvorm wel praktisch schelen.

Wanneer mag een grote pup over op adultvoer?

Bij grote en reuzenrassen pas rond achttien tot vierentwintig maanden, als de groei klaar is. Kleine rassen zijn rond tien tot twaalf maanden zover, middelgrote rond twaalf tot vijftien maanden.


Verder lezen

Gerelateerde gidsen