Een verzekering is een ruil: je betaalt zeker een klein bedrag om onzeker een groot bedrag te vermijden. Die ruil is gunstig als je dat grote bedrag niet kunt dragen. Kun je dat wel, dan betaal je vooral voor gemoedsrust, en dat is een persoonlijke keuze en geen financiële.
Bij een kat valt de rekensom net iets gunstiger uit
De bedragen liggen lager dan bij een grote hond. Narcose en medicatie gaan op gewicht, en een kat van vier kilo is nu eenmaal goedkoper onder narcose dan een hond van veertig. Een buffer dekt bij een kat dus een groter deel van wat er kan gebeuren.
De rekensom
Een uitgebreide dekking kost al gauw twintig tot veertig euro per maand, en die premie stijgt met de leeftijd. Over vijftien jaar praat je over vierduizend tot zevenduizend euro. Zet datzelfde bedrag apart en je hebt na drie jaar een buffer waarmee je de meeste ingrepen zelf betaalt, met als verschil dat het geld van jou blijft als er niets gebeurt.
Waar je op let als je dit doet
- Zet het echt apart, en begin op de dag dat de kat in huis komt.
- Vul aan na een uitgave. Een buffer die je één keer leeghaalt en niet bijvult, is geen buffer meer.
- Weet je grens. Bedenk nu welk bedrag je bereid bent te betalen. Dat besluit wil je niet aan de balie nemen.
Twee gevallen waarin dit alsnog misgaat
Het eerste is de jonge kat met een aandoening die zich pas op haar derde laat zien. Je buffer heeft dan nog nauwelijks tijd gehad. Het tweede is de gedachte dat je later alsnog kunt instappen: wat er dan al is, is uitgesloten. Zie bestaande aandoeningen.