Voor een kat gaat er per maand al gauw tien tot vijftien kilo vulling doorheen, en bij klei gaat dat allemaal bij het restafval. Plantaardige vulling is gemaakt van houtvezel, maïs of gerecycled papier, en een deel ervan mag bij het gft of op de composthoop.
De drie soorten, kort
- Houtkorrels of houtvezel. Ruiken van zichzelf fris, absorberen goed en vallen bij vocht uiteen tot zaagsel. De klontvormende varianten werken inmiddels bijna net zo goed als klei.
- Maïs. Klontert stevig en is licht van gewicht. Let op schimmelvorming als de bak te vochtig blijft staan.
- Papier. Zacht onder de poten en daarom vaak aangeraden na een operatie. Sluit geur het minst goed in.
Waar je op let
- Lees wat er precies mag. "Biologisch afbreekbaar" betekent niet automatisch dat het bij het gft mag, en gemeentes verschillen. Ontlasting hoort er in Nederland sowieso niet bij.
- Doorspoelen alleen als het er expliciet op staat, en dan nog met kleine hoeveelheden tegelijk. Oude leidingen vergeven weinig.
- Verwacht een gewenningsperiode. De structuur voelt anders. Meng de nieuwe vulling een week of twee door de oude in plaats van in één keer te wisselen.
Het eerlijke tegenargument
Geur wordt bij plantaardige vulling meestal iets minder hard ingesloten dan bij bentoniet, en je betaalt per maand meer. Is geur op dit moment je grootste probleem, begin dan niet hier maar bij het aantal bakken en de schepfrequentie. Daarna is dit een prima keuze.