Bijna iedereen begint bij de vulling, en dat is bijna nooit waar het aan ligt. De geur die je ruikt komt van ammoniak, dat ontstaat als urine na verloop van tijd afbreekt. Elke maatregel die werkt, doet hetzelfde: zorgen dat urine er niet lang genoeg ligt om af te breken.
Wat werkt
- Vaker scheppen. Eén keer per dag is de ondergrens, twee keer is beter. Dit doet meer dan alle andere maatregelen bij elkaar.
- Meer bakken. Eén per kat plus één extra. Minder gebruik per bak betekent minder afbraak per bak.
- Genoeg laagdikte. Vijf tot zeven centimeter. Te weinig vulling betekent dat urine de bodem raakt, en dan koekt het vast en blijft het ruiken, ook na het scheppen.
- De bak echt schoonmaken, elke twee tot vier weken, met water en een geurloos middel. Plastic dat verkleurd of bekrast is, houdt geur vast. Een bak van een paar jaar oud is vervangen goedkoper dan blijven schrobben.
Wat niet werkt
- Geparfumeerde vulling. Die maskeert de geur voor jou, en voor je kat is het een extra reden om de bak te mijden. Dan plast ze ernaast en heb je een groter probleem.
- Luchtverfrissers naast de bak. Zelfde verhaal, en de spuitbus schrikt haar bovendien af.
- Bakpoeder over de vulling. Werkt kort en verandert niets aan de oorzaak.
- Ammonia of bleek bij het schoonmaken. Ammonia ruikt voor een kat naar urine, dus je nodigt haar uit. Bleek is agressief voor haar luchtwegen.
Als het na alles nog ruikt
Dan is het de moeite waard om naar de urine zelf te kijken. Sterk ruikende, geconcentreerde urine komt voor bij een kat die te weinig drinkt, en dat is precies het patroon dat ook blaasgruis in de hand werkt. Meer natvoer is dan de maatregel, niet een andere korrel. Zie de keuzehulp voor kattenvoer.
Een plotselinge verandering in geur of in de hoeveelheid urine is bovendien een reden om je kat te laten nakijken.