Kattenvoer kiezen lijkt op hondenvoer kiezen, maar dat is het niet. Een hond is een alleseter die met een gevarieerd menu ver komt. Een kat is een strikte carnivoor: hij moet bepaalde voedingsstoffen kant en klaar uit dierlijk weefsel halen, omdat hij ze niet zelf kan maken. Taurine is daarvan de bekendste. Een kat die structureel te weinig taurine binnenkrijgt, loopt schade op aan hart en ogen. Dat is meteen de reden waarom hondenvoer geen noodoplossing is voor een kat, ook niet voor even.
Het tweede verschil bepaalt bijna de hele rest van deze gids: een kat drinkt weinig. Zijn voorouders leefden in een droog gebied en haalden hun vocht uit hun prooi, die voor ongeveer driekwart uit water bestaat. Die lage dorstprikkel zit er nog steeds in. Een kat die alleen brokken eet, drinkt dat verschil zelden helemaal bij.
Deze gids loopt langs de vijf factoren die je keuze werkelijk bepalen, laat zien hoe je een etiket leest en wat een voer per dag kost in plaats van per zak. Onderaan staat de test die dit alles voor jouw kat doorrekent.
De vijf dingen die je keuze bepalen
1. Vocht: nat, droog of allebei
Natvoer bestaat voor zeventig tot tachtig procent uit water, brokken voor ongeveer tien procent. Een kat die alleen droog eet, moet dat verschil uit de drinkbak halen, en dat lukt lang niet altijd. Geconcentreerde urine is precies de omstandigheid waarin gruis en kristallen ontstaan. Bij katers is dat extra riskant, want hun plasbuis is nauwer.
Dat maakt natvoer niet automatisch beter. Brokken zijn goedkoper per calorie, blijven langer goed in de bak en zijn handiger voor een voerpuzzel. Voor de meeste katten is een combinatie de praktische keuze: natvoer als basis, brokken erbij. Heeft je kat ooit blaasproblemen gehad, dan verschuift het advies duidelijk richting nat.
2. Leefwijze: binnen, buiten, gecastreerd
Dit is de factor die het vaakst wordt onderschat. Na castratie of sterilisatie daalt de energiebehoefte met ruwweg twintig tot dertig procent, en een kat die binnen blijft jaagt niet. Toch blijft de bak meestal even vol als daarvoor. Zo ontstaat het overgrote deel van het overgewicht bij Nederlandse katten: niet door een slecht voer, maar doordat de portie niet meebewoog met een veranderd leven.
3. Levensfase
Een kitten verdubbelt zijn gewicht in enkele weken en heeft per kilo twee tot drie keer zoveel energie nodig als een volwassen kat. Compleet kittenvoer tot ongeveer twaalf maanden is hier het antwoord; bij grote rassen als de maine coon loopt de groei door tot achttien à vierentwintig maanden.
Bij oudere katten gaat het opvallend genoeg de andere kant op dan bij honden. Boven de elf wordt de vertering minder efficiënt en verdwijnt er langzaam spiermassa. Afvallen is dan geen teken van gezond ouder worden maar een reden om te laten kijken. Eiwit beperken bij een gezonde oudere kat is achterhaald: het versnelt juist het verlies van spieren.
4. Gezondheid
Drie klachten sturen het advies echt bij. Terugkerende blaas- of urinewegproblemen vragen vooral om meer vocht en gecontroleerde mineralen. Haarballen vragen om vezels en om borstelen, zeker bij langharige katten. Een gevoelige maag vraagt om één duidelijke eiwitbron en om rust in het menu.
Nierziekte is een verhaal apart. Die komt veel voor bij oudere katten, en een fosforbeperkt nierdieet is dan een van de weinige maatregelen die aantoonbaar levensverlengend werkt. Maar dat geldt pas ná een diagnose. Een gezonde kat op eigen initiatief op nierdieet zetten levert niets op en kan ten koste gaan van zijn conditie.
5. Smaak en structuur
Katten vormen hun voorkeur jong. Een kat die alleen droge brokken van één smaak kent, is op zijn vierde vaak niet meer over te halen tot natvoer, precies op het moment dat je dat om medische redenen nodig hebt. Wissel bij een kitten dus bewust af tussen pâté, brokjes in saus en brokken. Bij een volwassen kieskeurige kat werkt geduld beter dan een nieuw merk: iets opwarmen tot lichaamstemperatuur maakt de geur sterker, en dat doet meer dan de meeste mensen denken.
Het etiket lezen zonder je te laten misleiden
Op de voorkant staat marketing, op de achterkant staat het voer. Drie dingen om te weten:
- De ingrediëntenlijst gaat op gewicht vóór verwerking. "Verse kip" staat hoog omdat er nog water in zit; na drogen blijft er veel minder van over. Een lager genoemd "kippenmeel" kan in het eindproduct meer eiwit leveren.
- "Met kip" betekent weinig. In de EU mag dat al bij een klein percentage. Wil je weten hoeveel er echt in zit, zoek dan naar een concreet percentage.
- Vergelijk nat en droog nooit rechtstreeks. Tien procent eiwit in natvoer is meer dan het lijkt naast dertig procent in brokken, want het ene product bestaat grotendeels uit water. Reken om naar droge stof, of vergelijk per honderd kilocalorieën.
Kijk verder of er staat dat het voer compleet is voor de levensfase van je kat. "Aanvullend" voer is bedoeld als aanvulling en dekt de behoefte niet.
Wat kost het per dag?
De prijs per zak of per blikje zegt niets. Wat telt is de prijs per dag, en die hangt af van de energiedichtheid. Een voorbeeld met een gecastreerde binnenkat van vier kilo, die ongeveer 240 kilocalorieën per dag nodig heeft:
- Brokken van 380 kcal per 100 gram: ongeveer 63 gram per dag. Een zak van 2 kilo gaat dan ruim een maand mee.
- Natvoer van 75 kcal per 100 gram: ongeveer 320 gram per dag, oftewel drie tot vier zakjes van 85 gram.
Natvoer is daardoor per dag vrijwel altijd duurder. Dat is een eerlijke afweging om te maken, en voor veel mensen is de tussenweg het antwoord: één zakje natvoer per dag naast brokken tilt de vochtopname al merkbaar op zonder dat de kosten verdubbelen.
Overstappen doe je langzaam
Katten zijn gevoelig voor plotselinge veranderingen, in hun maag én in hun gewoontes. Bouw een nieuw voer op in zeven tot tien dagen: begin met een kwart nieuw voer door het oude, en verhoog om de paar dagen. Weigert je kat pertinent, forceer dan niet door een dag niets te geven. Bij katten, en zeker bij te zware katten, kan een korte periode van niet eten de lever doen vervetten. Dat is een ernstig ziektebeeld dat binnen enkele dagen kan ontstaan. Eet je kat langer dan een dag niet of nauwelijks, bel dan je dierenarts.