De vraag "welke kat is goed met kinderen" heeft een ongemakkelijk antwoord: geen enkel ras is een garantie. Wat wél helpt is kiezen op karakter en formaat, en vooral: zorgen dat de kat altijd weg kan.
De belangrijkste maatregel staat in huis, niet in de stamboom
Een hoge plek waar het kind niet bij kan. Een kat die kan vluchten, hoeft niet uit te halen. Een kat die klem zit tussen een bank en een enthousiaste peuter, heeft geen andere keuze meer. Krabben en bijten zijn bij een kat bijna altijd het laatste signaal in een reeks; de eerdere signalen zijn een zwiepende staart, platte oren en wegkijken.
Waar je op let bij de keuze
- Stevig gebouwd helpt. Een kleine, fijngebouwde kat raakt sneller beschadigd door een onhandige knuffel.
- Tolerantie heeft een keerzijde. Rassen die bekend staan als extreem geduldig, geven ook later aan dat het genoeg is. Let dan zelf op de signalen.
- Overweeg een volwassen kat. Het asiel kan vertellen hoe ze op kinderen reageerde. Bij een kitten is dat een gok.
- Timing. Een kitten en een baby tegelijk is zwaar. Veel gezinnen zijn beter af als het jongste kind een jaar of vier is.
De regels die je het kind leert
- Niet optillen als de kat het niet zelf zoekt.
- Niet storen bij eten, slapen of op de kattenbak.
- Met een open hand aaien, in de richting van de vacht, en stoppen als ze weg wil.
- De kat komt naar jou toe, niet andersom. Dat is meteen de snelste manier om een kat aan een kind te laten wennen.
Wat je nooit doet
Een jong kind en een kat alleen laten, hoe lief de kat ook is. Niet omdat de kat gemeen is, maar omdat een peuter geen signalen leest en een kat geen geduld heeft dat oneindig is.
En de kattenbak
Zet die op een plek waar het kind niet bij kan. Dat is prettiger voor de kat, en het scheelt de discussie over hygiëne die anders vroeg of laat komt.