De vraag "welk ras is goed met kinderen" heeft bij katten hetzelfde ongemakkelijke antwoord als bij honden: geen enkel ras is een garantie. Wat wél helpt is kiezen op formaat en karakter, en vooral: het kind leren hoe je met een kat omgaat.
Waar je op let
- Een kat moet altijd weg kunnen. Een hoge plek waar het kind niet bij kan, is de belangrijkste maatregel in huis. Een kat die niet kan vluchten, gaat uithalen; dat is geen karakterfout maar het enige wat overblijft.
- Stevig gebouwd helpt. Een kleine, fijngebouwde kat raakt sneller beschadigd door een onhandige knuffel.
- Leer de regels aan het kind, niet alleen aan de kat: niet optillen als ze het niet wil, niet storen bij eten of slapen, en met open hand aaien in de richting van de vacht.
- Overweeg een volwassen kat. Een opvangadres kan je vertellen hoe ze op kinderen reageert. Bij een kitten is dat een gok.
En als er ook een hond is
Dat kan prima, mits de kennismaking langzaam gaat en de kat altijd een hoge plek en een eigen ruimte heeft waar de hond niet komt. Een kat die van bovenaf kan kijken, went veel sneller.