Bij een kat begint de keuze voor een vlooienmiddel met een regel die boven alle andere gaat: gebruik nooit een middel dat voor honden bedoeld is. Een deel daarvan bevat permethrin, en dat is voor een kat dodelijk, ook een halve pipet.
Daarna is de vraag niet welk merk, maar welke vorm en welke situatie: komt je kat buiten, hoe zwaar is ze, en laat ze zich elke maand pakken.
Binnen of buiten
Dit bepaalt bijna alles. Een buitenkat pikt vlooien op van andere katten en teken uit gras en struiken, en heeft een middel nodig dat allebei aanpakt. Een binnenkat ziet vrijwel nooit een teek, maar vlooien komen binnen via de hond, via bezoek en via de verhuisdoos. Voor haar is een goedkoop middel tegen alleen vlooien genoeg. Zie vlooien bij een binnenkat.
De drie vormen
- Pipet. Druppels op de huid in de nek, elke vier tot acht weken. Bekend en goedkoop. Vraagt elke maand een rustig moment met de kat op schoot.
- Kauwtablet. Maandelijks, door het eten. Niets op de vacht, dus niets dat een tweede kat aflikt. Sinds kort ook voor katten zonder recept.
- Halsband. Eén keer per acht maanden. Het minste omkijken, en voor een kat die zich niet laat pakken vaak de enige vorm die wordt volgehouden. Altijd met een breekpunt.
Zie pipet, tablet of halsband bij de kat.
De gewichtsklasse
Kattenmiddelen komen meestal in twee maten, met de grens op vier kilo. Een gemiddelde volwassen kat zit daar net boven, een kleine kat of een kitten eronder. De klasse op de doos is een grens en geen advies. Weeg je kat op de keukenweegschaal als je twijfelt.
Meerdere katten
Behandel ze allemaal op dezelfde dag, anders geven ze de vlooien aan elkaar door. En ze wassen elkaar, dus houd ze na een pipet een paar uur uit elkaar tot de plek droog is. Bij katten die veel samen liggen is een tablet daarom de nette keuze.
Als er al vlooien zijn
Dan is het middel het begin en niet het einde. Vijf procent van de vlooien zit op de kat. De rest zit als ei, larve en pop in vloerkleed, mand en krabpaal. Behandel alle dieren, pak het huis aan en houd het drie maanden vol.
Wanneer de dierenarts vóór de winkel komt
Bij een kitten onder de acht weken, bij een kat met epilepsie, bij een kat die zichzelf kaal likt op de rug of in de nek, en bij bleek tandvlees en sloomheid na een vlooienplaag. En altijd, direct, bij een kat die trilt of wankelt na contact met een hondenmiddel. Zie hondenmiddel op een kat.
Doe de test
Zeven vragen over je kat, of ze buiten komt, hoeveel katten je hebt en hoe makkelijk ze zich laat pakken. Je krijgt te horen welke vorm past, of je een tekenmiddel nodig hebt, en als het antwoord is dat een goedkoop middel tegen alleen vlooien genoeg is, dan staat dat er ook.