De aanschafprijs zegt weinig. Een huiskat uit het asiel kost honderd tot tweehonderd euro, een raskitten van een goede fokker het tienvoudige, en over vijftien jaar valt dat verschil in het niet bij wat er daarna komt.
De vaste jaarlijkse posten
- Voer: honderdvijftig tot vijfhonderd euro. Natvoer is per dag twee tot vier keer zo duur als brokken; een combinatie zit ertussenin.
- Kattenbakvulling: zestig tot honderdvijftig euro, afhankelijk van het soort en van het aantal bakken.
- Enting en jaarlijkse controle: veertig tot zeventig euro.
- Ontworming en vlooienpreventie: veertig tot honderd euro, meer bij een buitenkat.
- Verzekering of eigen reservering: twintig tot veertig euro per maand als je verzekert. Zie de keuzehulp voor kattenverzekering.
Samen komt dat op ruwweg vijfhonderd tot twaalfhonderd euro per jaar, zonder dat er iets bijzonders aan de hand is.
Het eerste jaar is duurder
Reken eenmalig op driehonderd tot zeshonderd euro voor krabpaal, manden, bakken, reismand en speelgoed, plus de entingen, het chippen en de castratie of sterilisatie. Die laatste kost honderd tot driehonderd euro en valt bij de meeste verzekeringen onder preventie in plaats van onder de basisdekking.
De post die mensen vergeten
Het gebit. Resorptieve laesies komen bij een groot deel van de volwassen katten voor, en de behandeling is extractie onder narcose: tweehonderd tot vierhonderd euro voor een reiniging, en het dubbele of meer als er kiezen getrokken worden. Bij één kat blijft het zelden bij één keer. Reken erop dat dit een keer langskomt, ook als je kat er nu niets van laat merken.
En op leeftijd
Chronische nierziekte is bij oudere katten een van de meest voorkomende aandoeningen. Dat is geen groot bedrag in één keer maar vijftig tot honderdvijftig euro per maand aan dieet, medicatie en controles, jarenlang. Dat is voor de meeste mensen het moment waarop de rekensom rond verzekeren of sparen serieus wordt.
Twee katten kosten geen twee keer zoveel
Voer en dierenarts verdubbelen wel, maar krabpaal, manden en een deel van het speelgoed niet. Reken ruwweg op anderhalf keer de kosten van één kat, en zie twee katten of één voor de afweging zelf.