Een pistonmachine maakt de beste espresso die je thuis kunt krijgen, en hij vraagt daar elke ochtend iets voor terug. Vijf minuten opwarmen, malen, doseren, aandrukken, zetten, schoonmaken. Wie dat een ritueel vindt, drinkt jarenlang koffie die geen enkel ander apparaat haalt. Wie dat een klus vindt, gebruikt hem na twee maanden niet meer.
De molen is belangrijker dan de machine
Dit is het advies dat het vaakst genegeerd wordt en het meeste uitmaakt. Bij espresso bepaalt de maalgraad de weerstand, en de weerstand bepaalt de extractie. Een molen die niet fijn genoeg en niet staploos genoeg kan, maakt van elke machine een gokspel.
Verdeel je budget ruwweg gelijk over machine en molen. Een combinatie van vierhonderd euro machine en driehonderd euro molen levert betere koffie dan zevenhonderd euro machine met een molen van vijftig.
Wat je verder nodig hebt
- Een weegschaal met een tiende gram nauwkeurigheid. Dosering op gevoel is de grootste bron van wisselende resultaten.
- Een goede tamper die precies in je filterdrager past.
- Verse bonen met een branddatum, gebruikt tussen een week en een maand na branden. Dit doet meer voor je kopje dan tweehonderd euro extra machine.
- Een bak of lade voor het uitkloppen van de gebruikte puck.
Waar je op let bij de machine
Een echte driewegklep zorgt dat de puck droog uit de drager komt. Een stoompijpje dat je zelf bedient geeft beter melkschuim dan een pannarello-hulpstuk. En een machine met een verwarmingsblok is sneller op temperatuur, terwijl een boiler stabieler blijft als je achter elkaar zet. Zie melkschuim thuis.
De ochtendroutine, eerlijk
Reken op tien tot vijftien minuten voordat de machine op temperatuur is, en op een paar weken waarin je koffie wisselend uitpakt terwijl je de maalgraad leert afstellen. Dat hoort erbij. Wie dat leertraject niet ziet zitten en toch verse bonen wil, zit beter bij een volautomaat.